Personeelskorting: een onderschatte arbeidsvoorwaarde die onder druk staat

Er zijn maar weinig arbeidsvoorwaarden die zo nauw verbonden zijn met de producten of diensten van een werkgever als personeelskorting. Toch vinden wij dat deze arbeidsvoorwaarde relatief weinig aandacht krijgt. Dat is opvallend, want werkgevers die hun eigen producten of diensten tegen aantrekkelijke voorwaarden kunnen aanbieden, beschikken over een onderscheidend voordeel dat andere werkgevers niet zomaar kunnen evenaren.
Personeelskorting biedt namelijk meer dan alleen financieel voordeel. Het kan medewerkers enthousiasmeren voor de producten waarmee ze dagelijks werken, hun betrokkenheid bij de organisatie vergroten en bijdragen aan een sterker werkgeversmerk. Juist daarom vinden wij het zonde dat het kabinet van plan is om de aparte fiscale vrijstelling voor personeelskorting per 1 januari 2027 af te schaffen. Daarmee dreigt een arbeidsvoorwaarde die voor sommige werkgevers juist zo vanzelfsprekend en waardevol is, financieel een stuk minder aantrekkelijk te worden.
Een voordeel dat niet iedere werkgever kan aanbieden
Wanneer we kijken naar secundaire arbeidsvoorwaarden, hebben werkgevers tegenwoordig ontzettend veel mogelijkheden om hun arbeidsvoorwaardenpakket vorm te geven. Alleen al in onze eigen BenefitsDatabase hebben we inmiddels 224 verschillende arbeidsvoorwaarden volledig uitgewerkt, die bovendien stuk voor stuk op verschillende manieren kunnen worden geïmplementeerd. De mogelijkheden om je als werkgever te onderscheiden zijn daarmee enorm, maar in principe kan iedere werkgever uit dezelfde arbeidsvoorwaarden kiezen.
Bij personeelskorting ligt dat anders. Een werkgever die speelgoed verkoopt, kan medewerkers speelgoed tegen aantrekkelijke voorwaarden aanbieden. Een boekhandel kan korting geven op boeken en een producent kan medewerkers voordelig toegang geven tot producten uit het eigen assortiment. Dat zijn voordelen die rechtstreeks voortkomen uit de bedrijfsactiviteiten van de werkgever en die andere organisaties niet zomaar kunnen kopiëren.
Bovendien kan de waarde voor een medewerker behoorlijk verschillen van de kosten die de werkgever maakt. Een product dat normaal gesproken voor €100 wordt verkocht, kan voor een medewerker bijvoorbeeld voor €60 beschikbaar worden gesteld. Voor de medewerker betekent dit een besparing van €40, terwijl de daadwerkelijke kosten voor de werkgever afhankelijk zijn van onder andere de inkoopprijs, kostprijs en misgelopen marge. Juist dat verschil kan personeelskorting tot een interessante arbeidsvoorwaarde maken.
Van inkoopprijs tot speciale personeelsverkopen
In de praktijk komen we personeelskorting in allerlei vormen tegen. Sommige werkgevers bieden een vast kortingspercentage op hun assortiment, terwijl andere medewerkers producten tegen inkoopprijs laten aanschaffen. Ook zijn er organisaties die speciale verkoopmomenten organiseren of medewerkers een beperkt aantal keren per jaar de mogelijkheid bieden om producten voor privégebruik te kopen.
Zo zijn er werkgevers in de speelgoedbranche die medewerkers gedurende het jaar producten tegen inkoopprijs of met een aanvullende korting laten aanschaffen. Daarnaast worden soms speciale personeelsverkopen georganiseerd, bijvoorbeeld in aanloop naar de feestdagen, waarbij medewerkers producten tegen bijzonder aantrekkelijke prijzen kunnen kopen. Zeker voor medewerkers met kinderen kan dit een behoorlijk financieel voordeel opleveren.
Een ander voorbeeld is een organisatie waar medewerkers producten voor eigen gebruik tegen inkoopprijs kunnen bestellen. Zelfs voor familieleden en goede vrienden is een regeling getroffen, waarbij zij producten tegen een gunstige klantenprijs kunnen aanschaffen. Daarmee reikt het voordeel verder dan alleen de medewerker zelf.
Personeelskorting is bovendien zeker niet voorbehouden aan de detailhandel. Ook bij producenten en andere organisaties kunnen medewerkers de mogelijkheid krijgen om producten uit het eigen assortiment tegen aantrekkelijke voorwaarden aan te schaffen. Zelfs wanneer die producten niet direct tot de dagelijkse consumentenbestedingen behoren, kan personeelskorting een waardevolle aanvulling zijn op het arbeidsvoorwaardenpakket.
Medewerkers worden ambassadeurs van je eigen product
Wat ons betreft zit de waarde van personeelskorting niet alleen in het financiële voordeel. Minstens zo interessant is wat deze arbeidsvoorwaarde kan betekenen voor de betrokkenheid van medewerkers bij de producten of diensten van hun werkgever.
Zo kennen we een organisatie in de boekenbranche waar medewerkers nieuwe boeken tegen aantrekkelijke voorwaarden konden aanschaffen. Daarmee werd niet alleen een financieel voordeel geboden, maar werden medewerkers ook gestimuleerd om zelf de boeken te lezen die binnen hun branche werden uitgebracht. Je maakt medewerkers op die manier enthousiast voor het product waarmee ze dagelijks werken.
Dat kan een belangrijk neveneffect hebben. Medewerkers die zelf gebruikmaken van producten, leren deze beter kennen en kunnen vanuit hun eigen ervaringen vertellen wat ze ervan vinden. Ze worden daarmee niet alleen gebruiker, maar mogelijk ook ambassadeur van het product en de organisatie.
Natuurlijk werkt dat niet bij iedere werkgever op dezelfde manier. Niet ieder product is geschikt voor privégebruik en niet iedere medewerker heeft dezelfde interesse in het assortiment. Maar juist wanneer er een goede aansluiting is, kan personeelskorting een bijdrage leveren aan de verbondenheid tussen medewerkers en hun werkgever. Dat maakt het wat ons betreft een arbeidsvoorwaarde die verder gaat dan alleen een aantrekkelijke prijs.
De fiscale vrijstelling staat onder druk
En juist daarom is het jammer dat het kabinet van plan is om de aparte fiscale vrijstelling voor personeelskorting per 1 januari 2027 af te schaffen.
Op dit moment kunnen werkgevers hun medewerkers onder voorwaarden belastingvrij korting geven op producten of diensten uit het eigen bedrijf. Daarbij geldt een maximum van 20% van de waarde in het economische verkeer, met een maximaal belastingvrij voordeel van €500 per medewerker per kalenderjaar. Kortingen die deze grenzen overschrijden, vallen niet volledig onder deze specifieke vrijstelling.
Het kabinet stelt voor om deze afzonderlijke vrijstelling te laten vervallen. Werkgevers kunnen personeelskorting vervolgens nog wel onder de daarvoor geldende voorwaarden belastingvrij aanbieden via de vrije ruimte van de werkkostenregeling (WKR). Wanneer die vrije ruimte wordt overschreden, geldt over het meerdere momenteel een eindheffing van 80%. De wijziging is onderdeel van het Belastingplan 2027 en moet nog door de Tweede en Eerste Kamer worden goedgekeurd.
Volgens het kabinet draagt de afschaffing bij aan het vereenvoudigen van de werkkostenregeling. Werkgevers hoeven dan niet langer afzonderlijk bij te houden of de korting binnen de grenzen van 20% en €500 blijft. Daarnaast is de afschaffing aangedragen als dekkingsmaatregel voor het energiepakket.
De voorgenomen afschaffing leidt inmiddels tot behoorlijk wat weerstand. Een coalitie van 25 branche- en sectororganisaties, waaronder INretail, MKB-Nederland en Koninklijke Horeca Nederland, heeft zich uitgesproken voor het behoud van de vrijstelling. Volgens INretail hebben inmiddels bijna 25.000 mensen een petitie ondertekend, die op 10 november aan de Tweede Kamer wordt aangeboden. De organisaties roepen de Kamer op om de afschaffing via een amendement uit het Belastingplan 2027 te halen. Zij wijzen daarbij niet alleen op het financiële voordeel voor medewerkers, maar ook op de bijdrage die personeelskorting levert aan productkennis en betrokkenheid bij de werkgever.
We begrijpen dat vereenvoudiging van fiscale regelgeving een belangrijk doel is. Tegelijkertijd vragen we ons af of er bij deze afweging voldoende rekening wordt gehouden met de bredere waarde van personeelskorting als arbeidsvoorwaarde.
Wat is personeelskorting een werkgever waard?
Wat gebeurt er wanneer personeelskorting straks ten koste gaat van de vrije ruimte binnen de WKR? Die ruimte wordt door veel werkgevers immers al gebruikt voor andere vergoedingen en verstrekkingen. Werkgevers die nu veel gebruikmaken van de afzonderlijke vrijstelling, moeten straks mogelijk kiezen tussen het behouden van hun personeelskorting, het aanpassen van andere arbeidsvoorwaarden of het accepteren van extra fiscale kosten.
Dat kan vooral bij grotere werkgevers behoorlijk oplopen. Stel dat een organisatie 500 medewerkers heeft die jaarlijks gemiddeld €300 aan personeelskorting ontvangen binnen de huidige vrijstelling. Dan vertegenwoordigt die regeling een voordeel van €150.000 per jaar. Wanneer dit bedrag straks volledig ten laste van de vrije ruimte komt, kan dat een behoorlijke impact hebben op de beschikbare ruimte voor andere arbeidsvoorwaarden. Die €150.000 is overigens niet automatisch het bedrag aan extra belasting. De daadwerkelijke fiscale gevolgen hangen onder andere af van de nog beschikbare vrije ruimte en de manier waarop de korting wordt verwerkt.
Daarbij is het belangrijk om onderscheid te maken tussen de personeelskortingsregeling zelf en het gedeelte dat momenteel onder de fiscale vrijstelling valt. Werkgevers die nu bijvoorbeeld korting geven tegen inkoopprijs of speciale personeelsverkopen organiseren, kunnen afhankelijk van de waarde en de hoogte van de korting ook onder de huidige regels al te maken hebben met belastbare voordelen.
Volgens een raming van het ministerie van Financiën maken ongeveer 56.000 werkgevers gebruik van de huidige vrijstelling, zo blijkt uit het advies van het Adviescollege toetsing regeldruk. Het gaat dus om een regeling die bij een aanzienlijk aantal organisaties wordt toegepast. Wanneer werkgevers door de gewijzigde fiscale behandeling besluiten hun personeelskorting te versoberen of af te schaffen, kan dat gevolgen hebben voor een grote groep medewerkers. Daarbij kunnen werkgevers bestaande regelingen overigens niet altijd zomaar eenzijdig aanpassen. Wanneer personeelskorting onderdeel uitmaakt van de arbeidsvoorwaarden, spelen ook bestaande afspraken en de regels rondom het wijzigen van arbeidsvoorwaarden een rol.
Dit soort wijzigingen laat ook zien hoe belangrijk het is om de governance rondom arbeidsvoorwaarden goed te organiseren. Want weet je als werkgever eigenlijk sinds wanneer een bepaalde regeling bestaat, waarom deze destijds is ingevoerd en welke afspraken hierover zijn gemaakt? Vanuit Total Benefits helpen we organisaties om niet alleen hun arbeidsvoorwaarden inzichtelijk te maken, maar ook de achterliggende keuzes, vastlegging en wijzigingen te structureren. Juist wanneer wetgeving verandert, helpt die informatie om sneller te bepalen welke regelingen aandacht vragen en welke mogelijkheden er zijn om deze aan te passen.
Het is daarom verstandig om tijdig te onderzoeken wat de voorgenomen wijziging financieel en arbeidsrechtelijk betekent. Hoeveel medewerkers maken gebruik van personeelskorting? Wat is de waarde van de verstrekte kortingen? Hoeveel vrije ruimte is er nog beschikbaar binnen de WKR? En welke afspraken zijn er met medewerkers gemaakt?
Maar we zouden werkgevers vooral willen meegeven om bij die afweging niet uitsluitend naar de fiscale kosten te kijken. Personeelskorting kan immers ook bijdragen aan de aantrekkelijkheid van het arbeidsvoorwaardenpakket, de kennis van medewerkers over het eigen assortiment en hun betrokkenheid bij de organisatie. Juist omdat deze arbeidsvoorwaarde zo nauw verbonden is met de eigen producten of diensten, beschikken sommige werkgevers over een mogelijkheid die anderen simpelweg niet hebben.
Het zou zonde zijn wanneer dat onderscheidende voordeel verloren gaat door een verandering in de fiscale behandeling. De belangrijkste vraag die werkgevers zichzelf de komende periode moeten stellen, is daarom niet alleen hoeveel personeelskorting vanaf 2027 gaat kosten, maar vooral hoeveel waarde deze arbeidsvoorwaarde eigenlijk vertegenwoordigt.
Want een arbeidsvoorwaarde die fiscaal minder aantrekkelijk wordt, hoeft daarmee nog niet minder waardevol te zijn.


